Week van de Ouderenpsychiatrie

29 september - 3 oktober 2025

We zijn gestart! 
Vandaag trappen we voor de derde keer de Week van de Ouderenpsychiatrie af! 

Deze week delen professionals hun verhalen op deze website én via LinkedIn. Dus houd onze website goed in de gaten voor o.a.: 

📌   inhoudelijke bijdragen, zoals over PTSS bij ouderen 

📌   inspirerende interviews, o.a. met een profielopleider ouderenpsychiatrie 

📌   en natuurlijk de bekendmaking van de innovatieprijs t.w.v. €5000

Gert-Jan Hendriks, voorzitter afdeling ouderen - Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

De toekomst van de ouderenpsychiatrie: tijd voor strategische keuzes

Hoe maken we de ouderenpsychiatrie toekomstbestendig in een snel vergrijzende samenleving? In het recente essay van Gert-Jan Hendriks, Sjacko Sobczak, Mardien Oudega, Hans Jeuring, Eric Van Exel, Didi Rhebergen en Richard Oude Voshaar worden oplossingsrichtingen geschetst voor een betere positionering van de ouderenpsychiater in de zorgketen.

📌 Highlights uit het artikel:

  • Ouderenpsychiatrie vereist specifieke expertise op het snijvlak van psychiatrie, somatiek en levensfaseproblematiek.
  • Positionering in huisartspraktijken, somatische zorgketens en specialistische GGZ is cruciaal.
  • Investeringen in onderzoek, onderwijs en netwerkzorg zijn noodzakelijk.
  • Digitale technologie en sociaal domein spelen een steeds grotere rol in de ouderenzorg.
  • De ouderenpsychiater als netwerkspecialist is essentieel voor toekomstbestendige zorg.

📈 De auteurs pleiten voor meer opleidingsplaatsen, betere samenwerking en een levensloopgerichte benadering in GGZ en VVT.

📄 Lees het volledige artikel hier:
G.J. Hendriks, S. Sobczak, M.L. Oudega, H. Jeuring, E. van Exel, D. Rhebergen, R.C. Oude Voshaar (2025). Ouderenpsychiatrie van morgen: oplossings- richtingen voor een toekomstbestendige zorg. Tijdschr Psychiatr. 2025;67(2):84-88.

Samenwerking

🎥 Naar aanleiding van dit artikel maakten we een korte video waarin vijf ouderenpsychiaters hun visie delen over de kansen en uitdagingen voor ons vakgebied.

Internationale onderzoek agenda

 PTSS bij ouderen

Artikel in The Lancet.

Oudere overlevenden van traumatische gebeurtenissen krijgen nog te weinig aandacht in wetenschappelijk onderzoek, ondanks de groeiende impact van posttraumatische stressstoornis (PTSS) op hun gezondheid en welzijn. Dat blijkt uit een nieuw artikel in het tijdschrift The Lancet healthy longevity. 

Het artikel is opgesteld door de internationale taskforce On Traumatic Stress and Ageing: A Global Network (ON TRACK), onderdeel van de Global Collaboration on Traumatic Stress (GCTS) (Home | Global Collaboration). De onderzoekers, o.a. verbonden aan Hogeschool Rotterdam, Maastricht University en Universiteit van Amsterdam analyseerden 142 wetenschappelijke publicaties en brachten de huidige stand van kennis in kaart over PTSS bij mensen van 60 jaar en ouder. Het onderzoek is gestructureerd rond vier domeinen: verouderingsmechanismen, diagnostiek, behandeling en zorg. Voor elk domein zijn methoden, belangrijkste uitkomsten, stellingen en een onderzoek agenda beschreven. 

Impact op Klinische Praktijk Internationaal onderzoek

De bevindingen onderstrepen het belang van vroegtijdige herkenning van PTSS symptomen bij ouderen. Trauma-geïnformeerde zorg en aangepaste diagnostische instrumenten kunnen bijdragen aan betere zorguitkomsten. Er is behoefte aan training over de impact van trauma op geestelijke gezondheid bij ouderen bij verschillende zorgprofessionals, inclusief verpleging en verzorging. Integratie van psychologische interventies gericht op trauma is nodig in verschillende zorgsectoren zoals ook bij de huisarts als het verpleeghuis. 

Impact op Toekomstig Onderzoek

Toekomstig onderzoek moet zich richten op diverse populaties, inclusief vrouwen, mensen met meerdere aandoeningen (multimorbiditeit) en/ of cognitieve stoornissen en bewoners van langdurige zorginstellingen. Er is nood aan validatie van diagnostische instrumenten, vaststellen van betekenisvolle behandeluitkomsten, RCTs gericht op behandeling en studies naar farmacotherapie. Het is essentieel dat mensen met ervaringskennis worden betrokken bij toekomstig onderzoek dat gericht is op PTSS bij ouderen. 

Conclusie:

🔍 Betrek heterogene, representatieve oudere populaties

🧪 Gebruik hoogwaardige studies

🧾 Gebruik gestandaardiseerde diagnostische instrumenten

📊 Beoordeel functionele uitkomsten van behandeling

👥 Betrek ervaringsdeskundigen

Het artikel lezen kan hier:
Post-traumatic stress disorder in older adults: a global collaboration on setting the future research agenda – The Lancet Healthy Longevity

iris, violet, flower-7781418.jpg

Palliatieve zorg

Palliatieve zorg in de laatste levensfase is een belangrijk thema in de ouderenzorg. Het levenseinde komt door de hogere leeftijd en vaak toenemende somatische comorbiditeit dichterbij en daarmee het moment om hierover met je patiënt en zijn of haar naasten in gesprek te gaan. De aandacht verschuift hierbij van het (curatief) behandelen van een aandoening naar symptoomverlichting en comfort. 

In de psychiatrie hebben we op verschillende manieren met het thema van de dood te maken. Patiënten uiten een doodswens of zijn suicidaal, maar ook door de kortere levensverwachting bij patiënten met een ernstig psychiatrische aandoening (EPA) en de hoge somatische comorbiditeit. Desondanks voeren we, zeker in de volwassenpsychiatrie, niet vaak het gesprek met onze patiënten en naasten over de laatste levensfase en welke zorg zij nog wel en niet zouden willen in deze fase (advanced care planning). 

Er zijn de laatste jaren een aantal bronnen verschenen die deze relevante en nog onderbelichte onderwerpen verder uitdiepen en wij onder de aandacht willen brengen.

Palliatieve psychiatrie; een verkenning door Havenaar

In een recent in het Tijdschrift voor Psychiatrie gepubliceerd essay beschrijft Johan Havenaar hoe het begrip palliatieve zorg ook voor psychiatrische patiënten steeds relevanter wordt — niet alleen in de terminale fase, maar ook bij chronische, therapieresistente psychiatrische aandoeningen met weinig uitzicht op herstel. 

Kernpunten:

  • Palliatieve psychiatrie wordt gedefinieerd als zorg die kwaliteit van leven verbetert door lijden te voorkomen en verlichten, en door oog te hebben voor fysieke, psychische, sociale en spirituele aspecten. Niet met als doel genezing of verlenging van leven, maar met focus op comfort, waardigheid en zingeving. 
  • Veel ernstige psychiatrische stoornissen (EPA) kennen een chronisch of recidiverend verloop, met hoge lijdensdruk voor cliënten en hun naasten.
  • Er is groeiende literatuur en praktijk in zowel Nederland als internationaal. De meeste studies zijn echter recent, wat aangeeft dat dit terrein nog in ontwikkeling is. 
  • Een belangrijk hulpmiddel kan de surprise‑vraag zijn: “Zou het mij verbazen als deze cliënt in de komende 12 maanden komt te overlijden?” Deze kan helpen om het gesprek over palliatieve zorgbehoeften te starten. 
  • In Vlaanderen wordt gewerkt met zorgvormen als crustatieve zorg of ‘schelpzorg’, die een soort beschermende, verzachtende zorg bieden voor mensen met uitzichtloos psychisch lijden, maar waarbij de term “palliatief” soms wordt vermeden vanwege connotaties met terminaliteit. 

Conclusie:

Havenaar pleit voor meer bewustzijn, onderzoek en concrete handvatten voor palliatieve psychiatrie. Hij stelt dat het een noodzakelijke aanvulling is op bestaande behandelmodellen — niet om op te geven, maar om te erkennen wat haalbaar is en om lijden te verzachten.

In een commentaar in hetzelfde tijdschrift reageert de Winter:

De Winter ziet in het essay van Havenaar een waardevolle aanzet: palliatieve psychiatrie biedt perspectief voor mensen met ernstig psychisch lijden en weinig behandelperspectief, mits het concept zorgvuldig wordt vormgegeven en niet misbruikt wordt, bijvoorbeeld als opstap naar euthanasie. Hij pleit voor duidelijkheid, ethisch bewustzijn en praktijkgerichte kaders om de voordelen te benutten – zonder dat er verwarring ontstaat met levensbeëindiging of premature acceptatie van uitzichtloosheid.

Vertaling naar de praktijk

Als professionals in de ouderenpsychiatrie, kan het helpen om:

  • Bewust te zijn van wanneer de focus van curatie naar kwaliteit van leven meer op de voorgrond moet komen.
  • Actief het gesprek aan te gaan met patiënten en naasten over leven, lijden, hoop, verlies, en wat voor hen kwaliteit betekent.
  • Vertrouwd te raken met de concepten palliatieve psychiatrie én crustatieve/schelpzorg als bruggen tussen herstelgericht werken en verzachtende zorg.
  • Bij te dragen aan ontwikkeling van beleid, onderzoek en onderwijs, zodat we deze benadering goed doordacht en ethisch verantwoord kunnen toepassen.

De kanttekening is echter dat palliatie een zekere uitzichtloze en beladen toon heeft en de grens wanneer hier in de psychiatrie over gesproken wordt lastiger te trekken is dan in de somatiek. Dit vraagt om een meer heldere definitie. Elementen die aangedragen worden in het kader van palliatieve psychiatrie, komen bijvoorbeeld ook in het licht van herstelgerichte zorg (richtlijn EPA) terug en zijn wellicht beter toepasbaar in onze praktijk.

Een concrete hulpbron is de Toolkit ‘Proactieve palliatieve zorg in de GGZ’, ontwikkeld door Karin den Boer en collega’s. 

Wat biedt die toolkit?

  • Vijf stappen:
      1. Signaleren van palliatieve zorgbehoefte (bijv. via de ‘Surprise Question’)
      2. Inventariseren van symptomen, problemen en behoeften
      3. Proactieve zorgplanning en uitvoering
      4. Zorg in de stervensfase
      5. Nazorg voor naasten 
  • Inclusief een trainingshandleiding, implementatiehandleiding en hulpmiddelen om het integraal in te bedden in de zorgpraktijk. 
  • Gericht op cliënten met ernstige psychiatrische aandoeningen, maar relevant voor ouderenpsychiatrie door overlap in chronisch lijden, comorbiditeit en beperkte levensverwachting. 

Handboek Psychiatrie in de Laatste Levensfase
Daarnaast is in 2022 het handboek “psychiatrie in de laatste Levensfase gepubliceerd door ouderenpsychiaters Marijnissen, Oude Voshaar en collega’s. Dit handboek biedt een praktijkgerichte en multidisciplinaire benadering van psychiatrische zorg voor mensen in de laatste levensfase. Het beschrijft hoe psychiatrische symptomen zoals depressie, angst, delirium en existentieel lijden herkend en behandeld kunnen worden binnen een palliatief kader. Daarnaast gaat het boek in op ethische dilemma’s, besluitvorming rond het levenseinde, samenwerking tussen zorgverleners en het betrekken van naasten. Het handboek richt zich op professionals in de psychiatrie, ouderenzorg, palliatieve zorg en eerstelijnszorg, en beoogt de kloof te dichten tussen psychiatrische en palliatieve benaderingen. Met casuïstiek, richtlijnen en handvatten voor de praktijk draagt dit boek bij aan meer menswaardige zorg in een vaak vergeten fase van het leven.

Slotgedachte

Palliatieve psychiatrie in de ouderenpsychiatrie kan gezien worden als een aanvullende manier van zorg: erkennen van limieten, waarderen wat mogelijk is, verlichten waar het dringend nodig is. Laten we deze inzichten én tools benutten om:

  • eerder het gesprek te starten over wat kwaliteit van leven écht betekent
  • zorgvormen te ontwikkelen en implementeren die verder gaan dan genezing alleen

Bronnen:

J.M. Havenaar (2025). Palliatieve psychiatrie; een verkenning. Tijdschr Psychiatr. 2025;67(6):340-344

R.F.P. de Winter (2025). Palliatieve psychiatrie: hoopvol perspectief tussen symptoomreductie en hulp bij zelfdoding. Tijdschr Psychiatr. 2025;67(6):317-318

Toolkit Proactieve Palliatieve Zorg in de GGZ.

Marijnissen, K. Chambaere, R. Oude Voshaar (2022). Handboek Psychiatrie in de laatste levensfase.

GGZ Centraal

Profielopleider Ouderenpsychiatrie
Esther van Elswijk

 

“Het zijn mensen met een lange levensgeschiedenis die verschillende generaties van gebruiken en tradities en maatschappelijke veranderingen hebben meegemaakt”

Esther van Elswijk is sinds 2019 werkzaam als ouderenpsychiater en sinds januari 2025 profielopleider Ouderenpsychiatrie bij GGz Centraal. Net als de profielopleider van vorig jaar, hebben we haar vijf vragen gesteld om een inkijk in haar dagelijks werk te krijgen:

Waarom ben je profielopleider geworden?

Voor mij komen in deze functie mijn twee passies binnen de psychiatrie samen: het mogen werken met de doelgroep ouderen en onderwijs en opleiding mogen verzorgen voor de volgende generatie. 


Wat trekt jou aan in de ouderenpsychiatrie?

Ik had tijdens mijn coschappen al een zwak voor de oudere patiënten. Het zijn mensen met een lange levensgeschiedenis die verschillende generaties van gebruiken en tradities en maatschappelijke veranderingen hebben meegemaakt, waardoor het contact heel boeiend en divers is. Daarnaast vind ik de wisselwerking tussen psychiatrische symptomen, cognitieve achteruitgang en somatische comorbiditeit erg interessant en uitdagend. Je moet de klachten van patiënten breder benaderen en de presentatie kan ook minder typisch zijn. Daarbij brengen de levensfase en eventuele functionele beperkingen uitdagingen mee voor de behandeling. Ten slotte werk ik graag binnen een netwerk rond de patiënten samen met bijvoorbeeld klinisch geriaters en specialisten ouderengeneeskunde, waarbij je elkaars expertise mooi aanvult en zoveel mogelijk zorg op de plek waar de patiënt zich bevindt kan bieden. Dit maakt de context waarin je werkt divers.


Wat leer jij van jouw AIOS?

Ik geef al langere tijd onderwijs aan verschillende soorten artsen in opleiding en krijg veel energie van de leergierigheid en leer er zelf ook nog elke dag iets nieuws door. Aios kijken vaak met een frisse, kritische blik naar de patiëntenzorg, wat ervoor zorgt dat je dingen scherp blijft zien en je eigen handelen goed kan toelichten. Aios durven soms ook meer innovatieve dingen uit te proberen en zetten zich vaak maatschappelijk in, wat zorgt dat je mee blijft bewegen.


Waar ben jij het meest trots op m.b.t. het opleiden? 

Ik heb als aios meegeschreven aan het huidige landelijke opleidingsplan De Psychiater. Ik vind het heel jammer om in de praktijk terug te horen dat het als een plan met veel moetjes en vinklijstjes wordt ervaren. Mijn doel was en is om zoveel mogelijk zonder getallen en beperkingen door te veel kaders op te leiden, maar juist in mogelijkheden die zich in verschillende contexten aandienen en altijd het achterliggende doel voorop te stellen. Door dit steeds naar voren te halen en de druk die vanuit alle verplichtingen gevoeld wordt te proberen te relativeren, hoop ik het plezier in het leren naar boven te halen.


Wat zou je willen meegeven aan alle psychiaters die nog twijfelen of het opleiderschap wel iets voor hen is? 

Ik denk dat het belangrijk is om een manier te hebben om jezelf te ontwikkelen buiten de directe patiëntenzorg, zowel voor je werkplezier, maar ook om op een andere manier naar ons vak te kijken. Naast onderzoek vind ik onderwijs en opleiden een hele belangrijke peiler die meer waardering mag krijgen. Ik merk helaas dat er veel enthousiaste collega’s zijn die hier een rol in willen spelen, maar terughoudend zijn door de hoge werkdruk van de patiëntenzorg. Ik hoop dat iedereen die dit wil hier ruimte voor kan krijgen binnen zijn team, in welke vorm en grootte dan ook.

Parnassia Groep

Geduld, veerkracht en verbinding met hart voor ouderen

 Tijdens de Week van de Ouderenpsychiatrie zetten we graag de mensen in de schijnwerpers die dagelijks werken met een doelgroep die vaak nog te weinig aandacht krijgt. Ouderenpsychiatrie is een vakgebied waarin complexe zorg, levenservaring en hoop samenkomen.

Verpleegkundig specialist ggz en systeemtherapeut Rob van Dam (62) werkt al bijna veertig jaar bij de Parnassia Groep en zet zich met hart en ziel in voor ouderen met psychiatrische problematiek. In dit interview vertelt hij over zijn loopbaan, de kracht en veerkracht van ouderen, en waarom de ouderenpsychiatrie volgens hem een vakgebied van de toekomst is.

Zou je jezelf kort kunnen voorstellen? Wie ben je, waar kom je vandaan?

Mijn naam is Rob van Dam en ik werk als verpleegkundig specialist ggz en systeemtherapeut voor de polikliniek ouderen van Parnassia. Ook ben ik ambtelijk secretaris van de verpleegkundige en agogische staf. Naast mijn dagelijks werk ben ik getrouwd en heb twee volwassen kinderen. Binnenkort gaan mijn vrouw en ik naar onze favoriete stad Berlijn om te vieren dat wij elkaar 40 jaar kennen. Dit verraadt ook iets over mijn leeftijd. Ik ben 62 jaar en werk bijna 40 jaar voor de Parnassia Groep.

Hoe is jouw loopbaan tot nu toe verlopen?

Ik ben een kind van de tachtiger jaren en wilde toen eigenlijk iets anders doen. Na de MEAO werkte ik via een uitzendbureau voor diverse bedrijven, waaronder Aegon. Dat was een leuke werkplek, maar door fusies was het niet mogelijk daar te blijven. Een vriend werkte met veel plezier als verpleegkundige in een ziekenhuis en adviseerde mij dat ook te doen. Ik schreef me in voor de HBO-V in Leiden en werd toen nog ingeloot. Ik koos echter voor het “grote” geld door een inservice-opleiding te volgen binnen het toenmalig psychiatrisch centrum Bloemendaal. Na deze opleiding werkte ik op een acute opnameafdeling. Door veranderingen vertrok, vrij snel na mijn indiensttreding, de meeste collega’s waarna ik met, toen, beginnend psychiater Hans Oolders een open vervolgafdeling binnen dit circuit heb kunnen ontwikkelen. Gelukkig werden wij snel versterkt met enthousiaste collega’s. Het doel van deze afdeling was om gesloten opnames te bekorten en patiënten zo snel mogelijk een gezonder klimaat te bieden waarin zij konden werken aan hun herstel. Na deze ervaring ben ik de opleiding MGZ-GGZ gaan volgen aan de Hogeschool Utrecht, een driejarige opleiding tot sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Vervolgens ben ik gaan werken bij de RIAGG in wat nu een FACT-team zou zijn en heb ook kort bij de GGD gewerkt. Door alle fusies waarvan ik deelgenoot was, heb ik mijn dienstverband nooit hoeven te verbreken. Sinds 2001 werk ik op de afdeling waar mijn hart ligt: ouderenpsychiatrie. Vanwege kortstondige managementaspiraties heb ik een tijd in de kweekvijver van Parnassia gezeten en veel geleerd, onder andere dat ik het werk met patiënten leuker vind. Daarna heb ik een opleiding systeemtherapie gedaan. Een leuke opleiding en je leert meteen wat je anders zou kunnen doen als manager. Op latere leeftijd heb ik nog de driejarige opleiding tot verpleegkundig specialist gedaan. Het werken op drie nieuwe afdelingen vond ik inspirerend en het werk geeft veel nieuwe energie. Ik kan het eigenlijk iedereen aanraden om op latere leeftijd een nieuwe opleiding te doen en op meerdere plekken binnen de organisatie te werken.

Inspiratie & motivatie

Wie of wat heeft jou ooit geïnspireerd om te kiezen voor de ouderenpsychiatrie?

Ik heb altijd een zwakke plek gehad voor deze doelgroep, maar ben niet meteen aan de slag gegaan. Tijdens mijn opleiding tot verpleegkundige liep ik stage op een geriatrieafdeling, maar daarna werkte ik vooral met jongere volwassenen. Voor de spv-opleiding moest ik een half jaar stagelopen en koos ik ervoor dit bij de RIAGG ouderen te doen. Het was een leerzame tijd en daar is het zaadje geplant om later naar de ouderenpsychiatrie terug te keren. Ik vind ouderen een veelzijdige doelgroep waarmee je, ondanks de soms hoge leeftijd, nog veel kan bereiken. De complexiteit en samenhang van psychiatrie en somatiek spreekt mij ook erg aan. En wat ik na jaren psychotische stoornissen ook fijn vond, was dat ouderen vaak op tijd op hun afspraken zijn.

Wat maakt de zorg voor deze doelgroep zo bijzonder?

Het is soms een uitdaging om een oudere zover te krijgen dat zij de behandeling aangaan. Mensen zeggen vaak dat zij al een hoge leeftijd hebben en daarom niet meer zullen of kunnen veranderen. De realiteit is echter anders en positiever. Daarnaast hebben ouderen vaak bijzondere ervaringen en verhalen, en ik vind het leuk om, in ieder geval tijdelijk, onderdeel te zijn van hopelijk een ander hoofdstuk in hun leven. Ook de diagnostiek is soms een uitdaging, waarbij, zoals ik eerder al zei, een belangrijke samenhang is tussen psychiatrie en somatiek. Binnen de psychiatrie is geduld altijd belangrijk. Bij ouderen is geduld soms nog belangrijker. Wat het werken met ouderen nog leuker maakt, is dat het vrijwel altijd systemisch is. Vaak heb je te maken met (over)betrokken, aardige, wanhopige, boze en afwezige familieleden, waarbij positie, afstand en emoties vaak voortkomen uit eerdere ervaringen in het leven met deze oudere.

Betekenis & praktijkervaring

Kun je een voorbeeld geven van hoe behandeling in de ouderenpsychiatrie iemands leven écht heeft veranderd?

Ik heb een meneer in behandeling die zijn hele leven bekend is met stemmingswisselingen, waarbij de depressieve episoden zeer ernstig kunnen verlopen. Op die momenten is hij wanhopig, geagiteerd en devaluerend. Devaluerend omdat hij hoopt een antwoord te krijgen op wat hij moet doen om de wanhoop te verlichten en op die momenten niet goed kan ontvangen. Eigenlijk kan niemand, familie noch hulpverleners, hem die antwoorden geven. Naast individuele gesprekken en farmacotherapie zijn we gestart met systeemgesprekken met zijn kinderen, waarin ieders machteloosheid, hoop en wensen zijn besproken. In deze gesprekken hebben zij samen een terugvalpreventieplan geschreven, zodat er geen discussies hoeven te ontstaan wanneer de depressie zich weer aandient. De depressieve episoden lijken sindsdien met minder agitatie gepaard te gaan en er is meer hoop. Ook blijft vader nu in contact met zijn kinderen.

 Wat leren ouderen jou als professional over veerkracht en levenservaring?

Ouderen hebben veel levenservaring en het is een genoegen om daarover met hen in gesprek te gaan. Deze ervaringen bevatten niet alleen verdrietige momenten, maar ook momenten waarop zij veerkracht hebben getoond. Het is altijd mooi om te zien wanneer patiënten weer verbinding krijgen met hun veerkracht. Vaak verzacht hun gezichtsuitdrukking en is er weer ruimte voor een glimlach. Deze momenten zijn belangrijk in de gesprekken over herstel, vooral op momenten dat zij dat herstel zelf nog niet kunnen ervaren.

Wat is een moment in je werk dat je altijd is bijgebleven (bijvoorbeeld door humor, emotie of een onverwachte wending)?

Ik wil jullie graag meenemen in een recente ervaring waarin ik werkte met een man van begin zeventig met een ernstige depressie. Omdat hij geen effect ervaarde van het antidepressivum dat door de huisarts was gestart, zijn we geswitcht naar een ander middel en hebben voorzichtig toegewerkt naar een passende dosering. Hij was iedere hoop verloren en wilde een snellere dosisverhoging dan ik hem wilde bieden, of misschien zelfs weer een ander middel. Onze gesprekken stonden vooral in het teken van ondersteuning, het bieden van hoop en psycho-educatie. Toen hij de hoop eigenlijk had opgegeven, merkte hij plots een verandering in zijn stemming. Hij voelde zich beter en was weer in contact met zichzelf en zijn vrouw. Wat mij opviel, was dat hij inging op mijn aanbod om iets te drinken. Alle gesprekken daarvoor wilde hij dat niet.

senior, elderly, people-3336451.jpg

Samenwerking & ontwikkelingen

Wat is volgens jou de unieke toegevoegde waarde van een verpleegkundig specialist binnen de ouderenpsychiatrie, in vergelijking met andere zorgprofessionals?

Een verpleegkundig specialist ggz is een goed opgeleide verpleegkundige die zich richt op de gevolgen van ernstige psychiatrische problematiek. Naast indiceren en diagnosticeren mag de verpleegkundig specialist ook farmacotherapie voorschrijven. Een verpleegkundig specialist integreert de verpleegkundige en medische praktijk, waardoor er een breed perspectief is op de cliënt. Een verpleegkundig specialist werkt verbindend en zoekt altijd de samenwerking met andere zorgprofessionals, familie en andere betrokkenen. Terwijl ik dit opschrijf, denk ik dat ik dat ook deed als sociaal psychiatrisch verpleegkundige, maar ik denk dat ik nu andere waarden toevoeg dan voorheen, onder meer door de bredere blik en toegenomen kennis en competenties. Deze  zijn ook gericht op innovatie en het doen van wetenschappelijk onderzoek.

Hoe ziet een ideale samenwerking met huisartsen, mantelzorgers en familie eruit in de praktijk?

Hier kan ik kort over zijn. Voor mij zijn dat korte lijnen, omdat ik zorg zie als een estafetteloop waarin je het stokje aan elkaar moet overgeven om tot goede zorg en behandeling te komen. Dat geldt ook voor alle andere betrokkenen en collega’s in de zorg.

Welke ontwikkelingen of innovaties binnen de ouderenpsychiatrie geven jou hoop voor de toekomst?

Toen ik begon als professional in de ouderenpsychiatrie, was de heersende gedachte dat er niet veel te doen was aan de problematiek van ouderen. Zij moesten er maar mee leren leven in de korte tijd die hen nog restte. Daarin is veel veranderd en ik hoop dat deze trend zich voortzet, waarin we ook gaan nadenken over wat onze toekomstige ouderen nodig hebben. Zij gaan mee in de tijd, dus wij moeten dat ook doen.

Als je één innovatie of verandering zou mogen realiseren in de komende 5 jaar, wat zou dat dan zijn?

Sowieso de inzet van online of blended behandelingen. Vaak worden ouderen gezien als minder computervaardig, maar in mijn optiek zijn zij juist vaak online. Verdere ontwikkeling van behandelmogelijkheden voor ouderen is mijns inziens ook belangrijk, dus meer onderzoek naar (farmacotherapeutische) behandelinterventies gericht op deze doelgroep.

Toekomst 

Waarom zouden jonge zorgprofessionals volgens jou de ouderenpsychiatrie moeten overwegen?

Toen ik overstapte naar de ouderenpsychiatrie, zei een collega dat hij dat wel van mij begreep. Hij was tenslotte ook al bijna veertig. Ik legde hem uit dat ik nog niet eerder in zo’n dynamische setting had gewerkt. Naast die prettige dynamiek is het fijn om diagnostische puzzels op te lossen en daar hopelijk een passend antwoord op te geven. Als dat er niet is, is het gesprek daarover minstens zo interessant.

 Als je de ouderenpsychiatrie in één zin zou moeten pitchen, wat zou je zeggen?

Ouderenpsychiatrie heeft toekomst!

Scroll naar boven